Tweede Kamer stemt in met nieuw Wetboek van Strafvordering
Het wetboek van Strafvordering bevat de spelregels voor opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten, maar regelt ook de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen. Het is de basis van de rechtsbescherming van betrokkenen in een strafrechtelijk onderzoek.
Het oude wetboek dateert uit 1926 en past niet meer bij deze tijd. Nieuwe vormen van misdaad zoals ondermijning en digitale criminaliteit kunnen er niet goed mee worden bestreden. Het nieuwe wetboek, dat in 2029 wordt ingevoerd, is techniekonafhankelijk. Ook uitvoeringsorganisaties als het CJIB konden reageren op de wetsvoorstellen. Onder andere zijn knelpunten vanuit de uitvoering onder de aandacht gebracht.
Met de wet USB (2020) zijn de regels voor de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen eerder al aangepast zodat deze sneller, beter en persoonsgerichter kunnen worden uitgevoerd, met een betere informatievoorziening van alle partners in de uitvoering. De verantwoordelijkheid hiervoor is toen verschoven van het Openbaar Ministerie (OM) naar de minister voor Rechtsbescherming, die de dagelijkse regie hierop heeft belegd bij het CJIB.
In het nieuwe Wetboek van Strafvordering zijn nog meer verbeteringen doorgevoerd die niet binnen de huidige regels passen. Zo wordt het straks voor rechters ook mogelijk om voor een geldboete die niet is betaald, een vervangende taakstraf op te leggen, in plaats van dat meteen een vervangende vrijheidsstraf moet worden ondergaan. Een ander voorbeeld is dat het CJIB bij geldboetes die door de rechter zijn opgelegd, in bijzondere gevallen het innen van forse verhogingen kan stopzetten.